Kennisdeling over de Schaar van Valkenisse
De Schaar van Valkenisse is de afgelopen jaren sterk veranderd. Op 2 december organiseerde de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) een bijeenkomst over deze nevengeul in de Westerschelde. Onderzoekers presenteerden de resultaten van twee nieuwe onderzoeken en er werd gediscussieerd over mogelijke maatregelen voor de toekomst.

De Schaar van Valkenisse is een nevengeul in de Westerschelde. De hoofdgeul in dit deel van de rivier ligt in het Zuidergat en de Overloop van Valkenisse. Voor de scheepvaart is het veiliger om zeeschepen en kleinere schepen te scheiden. De grotere en diepstekende schepen gebruiken de hoofdgeul, terwijl de kleinere schepen ook door de nevengeulen kunnen varen. Maar als gevolg van veranderingen in de Schaar van Valkenisse is deze in 2023 gesloten.
Onderzoeken Schaar van Valkenisse
Sinds 2009 is de bodemligging van de Schaar van Valkenisse veranderd: de geul is breder en ondieper geworden. Door de verminderde diepte van de geul kan nu geen gebruik meer worden gemaakt van de geul. Op verzoek van de Permanente Commissie heeft de VNSC onderzoek gedaan naar de morfologische ontwikkelingen van de Schaar van Valkenisse en de risico’s daarvan voor de scheepvaart. Dit verzoek hangt samen met het beheer van de nevengeulen, dat valt onder het Langetermijnperspectief Toegankelijkheid.
Veranderingen van de geul
Onderzoekers Claire Jeuken (Deltares) en Gijsbert van Holland (IMDC) vertelden over de veranderingen van de Schaar van Valkenisse en de oorzaken daarvan.
De aanwezigheid en het gedrag van drempelgeulen aan het einde van de nevengeul, aan landzijde, bepalen hoe toegankelijk de Schaar van Valkenisse is voor de binnenvaart. Vanaf 1986 kwamen er na elkaar allerlei kleine drempelgeulen. Rond 2003 ontstond één grote, bijna aaneengesloten drempelgeul. Dit maakte de Schaar van Valkenisse toegankelijk voor de binnenvaart en kleine zeeschepen. Vanaf 2013 werd de geul betond en konden deze schepen gebruik maken van de nevengeul. Grote zeeschepen bleven door de hoofdvaargeul varen.
Vanaf 2009 werd het uiteinde van de nevengeul geleidelijk ondieper en breder, doordat de drempelgeul zich verplaatste en kleiner werd. Sinds 2021 is er sprake van meerdere kleine drempelgeulen die snel veranderen. In 2023 is de Schaar van Valkenisse daarom gesloten voor de binnenvaart.
Twee patronen
De onderzoekers gaven aan dat er meerdere oorzaken zijn voor deze ontwikkelingen. Zo spelen andere geulen in de omgeving een rol, net als een scheepswrak bij de geul, verschillen in waterstanden en de groei van zandplaten (vooral door zogenoemde plaatrandstortingen). Er blijken sinds 2003 twee patronen te zijn in de ontwikkeling van de drempelgeulen. Op basis van de analyses is de verwachting dat het eerste patroon rond 2029 kan terugkomen, als het beleid gelijk blijft en de zuidoostelijke plaatpunt van Walsoorden weer is aangegroeid.

Onderzoek naar scheepvaartveiligheid en gebruik
Jeroen Verwilligen (Waterbouwkundig Laboratorium Borgerhout) presenteerde het onderzoek naar de toegankelijkheid en veiligheid van de Schaar van Valkenisse. Hiervoor is gekeken naar de scheepvaart tussen Bath en Hansweert in de periode 2012 tot en met 2022.
Hij vertelde dat de onderzoekers gegevens gebruikten van automatische identificatiesystemen (AIS), zoals snelheid, positie en scheepstype. Ook analyseerden zij omgevingsgegevens, zoals de plaatselijke waterdiepte, de betonning en gegevens over ongevallen en bijna-ongevallen.
Uit de gegevens blijkt dat de Schaar van Valkenisse in de loop van de tijd naar het westen is verschoven. Ook kwam de geul meer haaks te liggen ten opzichte van de hoofdvaargeul. De grootste risico’s voor de scheepvaart deden zich voor tussen 2018 en 2021, met name door een verhoogde kans op aanvaringen en strandingen. Als belangrijkste risico werd het kruisen van het hoofdvaarwater door opvarende scheepvaart vanuit de Schaar van Valkenisse gezien.
Discussie over de toekomst van de Schaar van Valkenisse
De bijeenkomst werd afgesloten met een discussie over de toekomst van de Schaar van Valkenisse. Frederik Roose (VNSC, departement Mobiliteit en Openbare Werken) stelde de deelnemers twee vragen.
De eerste vraag was of een zogenoemd ‘fietspad’ voor schepen een goed alternatief is. Hiermee wordt een vaarroute naast de hoofdvaargeul bedoeld, speciaal voor kleinere schepen. De aanwezigen gaven aan dat een nevengeul belangrijk blijft, zolang deze breed en diep genoeg is en gunstig ligt. Ook werd opgemerkt dat schepen tot nu toe weinig gebruikmaken van zulke fietspaden.
Daarna ging het gesprek over het moment waarop de Schaar van Valkenisse mogelijk weer beter bevaarbaar wordt. Als patroon 1 terugkeert, kan dat gunstig zijn voor de scheepvaart. De tweede vraag was wanneer het zinvol is om opnieuw verplaatsbare boeien aan te leggen. Volgens de aanwezigen is dat op dit moment nog niet duidelijk. Eerst zijn nieuwe bodemmetingen nodig, bij voorkeur wanneer de uitloop van de nevengeul weer smaller en dieper wordt. Dit laatste is afhankelijk van diverse factoren. Het nautisch vaarwegbeheer van Rijkswaterstaat neemt in overleg met de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit de beslissing of en wanneer de geul weer wordt opengesteld voor de scheepvaart.