Een goede waterkwaliteit is van levensbelang voor mens en natuur. Het intense gebruik van het Schelde-estuarium zet die kwaliteit onder druk. De waterkwaliteit op peil brengen en houden, vormt een grote uitdaging.

Jammer genoeg is de waterkwaliteit in het hele Schelde-estuarium nog ontoereikend. Dat hoeft niet te verbazen: de Schelde is een van de meest geëxploiteerde rivieren ter wereld. Vooral de ontwikkeling van het Scheldestroomgebied tot economisch bolwerk in de jaren zestig en zeventig ging ten koste van de natuur en de kwaliteit van het water. Toen leefden er bijna geen vissen meer in de Schelde.

De waterkwaliteit is de jongste jaren duidelijk verbeterd. Vlaanderen en Nederland zetten zich dan ook gezamenlijk in voor een duurzaam gebruik van het stroomgebied. Het herstel van de ecologische waarden van het estuarium is belangrijk. Daarom wordt de laatste jaren steeds meer afvalwater gezuiverd. Er ontstaan ook nieuwe slikken- en schorrengebieden die een belangrijke rol spelen in de waterzuivering: getijdennatuur filtert het teveel aan stikstof uit het water en levert nieuwe zuurstof aan.

De verbetering van de waterkwaliteit vertaalt zich in een uitbreiding van het visbestand en in meer kansen voor zeehonden en visetende vogels. In 2010 dook voor het eerst opnieuw een zeeprik op. In 2014 werd een houting gevangen, een vissoort die al meer dan honderd jaar uit de rivier verdwenen leek. De inspanningen van de industrie en de investeringen in waterzuivering werpen dus vruchten af. Toch is er nog een lange weg te gaan. In 1800 kwamen er nog meer dan honderd vissoorten voor in de Schelde, nu zijn er dat ongeveer tachtig.

Troebel water is typisch voor estuaria. Hoge concentraties zwevende stoffen maken dat het Scheldewater nooit helemaal helder wordt. De zwevende stoffen komen op twee manieren in het Schelde-estuarium terecht: 

  • De Schelde sleurt tijdens haar tocht naar de zee slib met zich mee.
  • Het getij voert sediment naar het Schelde-estuarium. De hoge dynamiek van de getijden doet ook veel bodemmateriaal omhoogkomen.

De troebelheid of turbiditeit bereikt een maximum op de plaats waar de inwaartse stroom van zout water stopt en het zich gaat mengen met zoet water. In het Schelde-estuarium ligt dit zogenaamde turbiditeitsmaximum in de Beneden-Zeeschelde. Hier komen dus vaste deeltjes samen, stroomafwaarts vervoerd door het rivierwater en stroomopwaarts aangevoerd door het zeewater.

Door een combinatie van fysische, chemische en biologische processen vormen zich op dit punt bovendien organische vlokken. Deze vlokken zijn een belangrijke voedselbron voor heel wat organismen in het water. Doordat er minder licht in het water kan dringen, maken ze ook dat het fytoplankton minder goed groeit en dat prooidieren er bescherming vinden tegen roofdieren.