Droogte Kanaal Gent-Terneuzen

De zomers van 2017, 2018, 2019, 2020 en 2022 en 2025 waren droog. Die droogte leidde tot een verminderde wateraanvoer naar het Kanaal Gent-Terneuzen. Dit had effect op het peilbeheer en de verzilting van het kanaal, waardoor verschillende functies onder druk kwamen te staan. Zo zijn in 2019, 2022 en 2025 de sluizen van Terneuzen een aantal keer gestremd geweest en nam het zoutgehalte in het kanaalwater en de zijlopen toe.

Hierdoor ondervonden scheepvaart en daarvan afhankelijke bedrijven hinder, kwamen natuurwaarden in de zijlopen onder druk, werden captatieverboden voor de landbouw ingesteld en kregen bedrijven die water uit het kanaal capteren (aftappen) te maken met procesproblemen door het zouter water.

Luchtfoto van het Kanaal Gent-Terneuzen en de Zelzatebrug.

Werkgroep

De droogteproblematiek op het Kanaal Gent-Terneuzen is een gezamenlijk vraagstuk voor Nederland en Vlaanderen. Zij maakten in 1960 en 1985 afspraken over de wateraanvoer naar het kanaal en het zoutgehalte. De werkgroep droogte KGT van de VNSC bestudeert hoe met de droogteproblematiek op het kanaal kan worden omgegaan.

Hun werk verloopt in drie duidelijke fasen:

  • 2020–2023 – verkennend onderzoek naar de effecten van droogte op peil, verzilting, ecologie, scheepvaart en captaties.
  • 2023–2026 – uitwerken en beoordelen van mogelijke maatregelen en opstellen van het advies voor te nemen ingrepen.
  • Vanaf 2026 – uitvoeren van het advies en verder detailonderzoek om de gekozen maatregelen gericht te verfijnen.

Onderzoek naar effecten

Het onderzoek laat zien dat de droogteproblemen op en rond het Kanaal Gent-Terneuzen structureel zijn. De natuurlijke ontwikkelingen zullen in de toekomst leiden tot een verdere toename van verzilting en sluisstremmingen. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om te voldoen aan de Europese waterkwaliteitsdoelen (Kaderrichtlijn Water – KRW) én de bereikbaarheid voor scheepvaart en bedrijven te behouden.

Droogte komt vandaag al regelmatig voor en door klimaatverandering wordt verwacht dat dit in de toekomst nog verder zal toenemen. Tegelijk stijgt de vraag naar water. De scheepvaart groeit, waardoor er meer water nodig is, en ook de nieuwe, grotere sluis vraagt extra water voor het schutten. Daarnaast hebben nieuwe economische sectoren meer koelwater nodig, terwijl de landbouw steeds vaker extra water nodig heeft omdat gewassen door droogte onder druk staan

Belangrijke effecten die dit met zich meebrengt zijn onder andere:

  • De zoutgehalte stijgen verder in de toekomst over de hele lengte van het kanaal.
  • De bereikbaarheid van het KGT en de bedrijven rondom het KGT staat onder druk in droge zomers.
  • Bedrijven die water uit het kanaal gebruiken voor koeling of processen kunnen extra onderhoud en aanpassingen nodig hebben door het hogere zoutgehalte.
  • Een hoger zoutgehalte kan de corrosie van damwanden en kaaimuren versnellen.
  • De natuur in het KGT is grotendeels zoutbestendig, maar in de zijlopen kunnen zoetwatersoorten verdwijnen en plaatsmaken voor soorten die beter tegen zout kunnen. Ook natuurgebieden rond deze zijlopen kunnen hierdoor onder druk komen te staan.
  • Landbouwers die water onttrekken uit de zijlopen kunnen vaker te maken krijgen met beperkingen, omdat zouter water niet geschikt is voor beregening of als drinkwater voor dieren

Onderzoek naar maatregelen

De werkgroep kreeg de opdracht om oplossingsrichtingen te ontwikkelen voor de omgang met droogte. Veel mogelijke maatregelen zijn teruggebracht tot een set uitvoerbare opties, die vervolgens in pakketten zijn samengevoegd. Geen enkel pakket kan echter alle opkomende effecten volledig opvangen of het systeem laten werken zoals vandaag. Daarom moeten er keuzes worden gemaakt.

Om deze keuzes richting te geven, zijn vijf toekomstperspectieven uitgewerkt. Deze helpen om te bepalen welke maatregelen op korte termijn nodig zijn om de effecten van droogte te beperken. De toekomstperspectieven worden toegelicht en afgewogen in het eindadvies. Hierin wordt geadviseerd te kiezen voor het perspectief ‘Gerichte natuurbescherming met stapsgewijze verbetering van de toegang’. Het Ambtelijk College van de VNSC heeft dit advies overgenomen.  

Het perspectief richt zich eerst op de aanpak van de verzilting bij de zijlopen en daarna op het verbeteren van de toegankelijkheid voor scheepvaart met pompen van Westerscheldewater bij de sluizen.

Uitvoering van het advies

Bij het advies hoort een volledige actielijst met twaalf acties. Hieronder staan de acties die de hoogste prioriteit krijgen en als eerste worden uitgewerkt:

  • Waterbalans en kalibratie van het meetpunt Evergem

Eind 2025 werd een extra kalibratiecampagne uitgevoerd om de kwaliteit van de debietmeting in Evergem te verbeteren. Verdere acties volgen.

  • Uitvoering van het plan van aanpak voor de Moervaart

Een eerste stap is het installeren van een continu zoutmeetpunt in de mondingzone.

  • Optimaliseren van de schutplanning

Er wordt onderzocht hoe het schutbedrijf efficiënter kan worden georganiseerd, zodat minder water wordt gebruikt en minder zout het kanaal binnenkomt.

Achtergronden en resultaten werkgroep KGT

Heb je vragen of wil je meer weten? Neem gerust contact op via info@vnsc.eu.