Reflectie op ‘De Westerscheldenatuur: Een mooie toekomst vraagt keuzes nu!’
Onlangs verscheen het rapport ‘De Westerscheldenatuur: Een mooie toekomst vraagt keuzes nu!’ van NIOZ, Universiteit Utrecht en de Universiteit van Antwerpen. De Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) heeft kennisgenomen van het onderzoek en herkent de zorgen die in het rapport worden geuit. Natuurontwikkeling is één van de drie opgaven van de VNSC en onderzoek één van haar hoofdtaken. Op basis daarvan herkennen we de zorgen over de veranderingen, maar niet de oorzaak die het rapport benoemt. Onze opgave en ervaring leidt tot enkele reflecties.
Beheer Schelde-estuarium is complex
Het beleid en beheer van het Schelde‑estuarium is gebaseerd op de Langetermijnvisie 2030 (LTV 2030), die we momenteel herijken. Hierin staat dat we drie hoofdfuncties steeds samen afwegen: veiligheid tegen overstromingen, bereikbaarheid van de havens en de ontwikkeling van natuur. Andere functies zoals recreatie, visserij en landbouw spelen daarbij ook een rol. Omdat al die functies elkaar beïnvloeden, is het beheer van het Schelde‑estuarium complex. Om de werking van het systeem beter te begrijpen, doet de VNSC al jarenlang onderzoek en houden we allerlei gegevens bij binnen de werkgroep Onderzoek & Monitoring. Onze bevindingen zijn openbaar en te vinden via de ScheldeMonitor.
Grootschalige ontwikkelingen
Het rapport noemt versteiling, verstarring en verschorring. Deze ontwikkelingen herkennen wij ook uit onze onderzoeken. Doordat er veel sediment in de Westerschelde aanwezig is, komt dit terecht op plekken waar de stroming laag is — precies de locaties waar schorren kunnen ontstaan. Dit past in de natuurlijke ontwikkeling van de Westerschelde, die al eeuwenlang verandert door menselijke ingrepen, inpolderingen en later ook het onderhoud van de vaargeul. Ook wij zien het proces van schorvorming in onze onderzoeken terugkomen, veelal ook als resultaat van versteiling en verstarring, al blijft de exacte snelheid waarmee dit optreedt lastig te voorspellen.
Uit onze studies en jarenlange onderzoeken blijkt dat schorvorming zijn oorzaak vindt in het samenspel van de vele ingrepen die in het verleden en nu gedaan worden, waaronder de bagger- en stortstrategie. Hierbij dient men ook rekening te houden met historische zandonttrekking. We weten dat zandonttrekking invloed heeft op het systeem, onder andere doordat het leidt tot meer getij in het hele estuarium. Om deze reden is de aanbeveling van het NIOZ-onderzoek om sediment in het estuarium te houden ook al geruime tijd ons uitgangspunt.
Sedimentbeheer
We houden sediment in het systeem en gebruiken een flexibele stortstrategie, waarbij we kunnen bijsturen op basis van monitoring. Daardoor is er al een verschuiving gemaakt naar vaker storten in de diepere delen van de hoofdgeul. Als VNSC beschikken we over veel kennis over sedimenttransport, onder andere door metingen en modelstudies op verschillende schaalniveaus. Ook houden we de verspreiding van gestort sediment nauwkeurig bij. Op basis daarvan kunnen we niet concluderen dat de ophoging van intergetijdengebieden het directe gevolg is van baggeren en storten.
Samenwerking en kennisdeling is belangrijk
Goede gezamenlijke beeldvorming is belangrijk in een complex systeem als de Westerschelde. Daarbij is alle beschikbare kennis van belang. Graag blijven we dan ook in gesprek met de betrokken onderzoekers en iedereen die een rol kan spelen in goed beheer van het Schelde-estuarium.