Sediment
Op deze pagina vind je informatie over de belangrijkste thema’s en onderzoeksactiviteiten binnen het luik Sediment. Het onderzoek van dit luik richt zich op het begrijpen van de ontwikkeling van de bodem en stromingen. Omdat de bodemligging grote invloed heeft op de veiligheid, natuurlijkheid en toegankelijkheid van het Schelde-estuarium, is deze kennis zeer belangrijk voor de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC).
Sedimentbeheer is de belangrijkste maatregel voor de VNSC om de bodemligging te beïnvloeden. Daarom richt het onderzoek zich óók op de effecten van het sedimentbeheer, zowel op korte als lange termijn. Bij de effecten op korte termijn wordt gekeken naar de gebruiksfuncties: worden die nog voldoende ondersteund? Bij de effecten op lange termijn gaat het om menselijke ingrepen en externe ontwikkelingen zoals de zeespiegelstijging.
Hoofdthema’s
Het onderzoek binnen het luik Sediment is onderverdeeld in twee hoofdthema’s.
1. Systeemontwikkelingen begrijpen
Dit zijn onderzoeken waarmee de VNSC het natuurlijke gedrag (de ‘autonome ontwikkeling’) van de bodem en stromingen beter wil begrijpen. Analyses van bodemmetingen spelen hierbij een grote rol. Als de historische evolutie goed te verklaren is met de huidige kennis van het gedrag van water, zand en slib, kunnen we de toekomstige ontwikkeling beter inschatten – met en zonder nieuwe ingrepen en met en zonder veranderend klimaat.
Een deel van het onderzoek is gericht op de schaal van afzonderlijke geulen, platen en de samenhang daartussen. Op dat niveau vinden menselijke ingrepen plaats en is de relatie met de gebruiksfuncties veiligheid, toegankelijk en natuurlijkheid het duidelijkst.
De grootschalige morfologie en waterbeweging worden bestudeerd door een sedimentbalans op te stellen. Dit geeft inzicht in de kwetsbaarheid van het systeem voor zeespiegelstijging en hoe zand en slib zich op grote schaal verspreiden onder invloed van baggeren en storten. Met deze kennis kunnen we toekomstscenario’s verkennen met het oog op zowel klimaatverandering en zeespiegelstijging als op de opties voor beleid en beheer.
2. Sedimentstrategie
De onderzoeken onder dit hoofdthema richten zich op directe ondersteuning van het sedimentbeheer. De VNSC werkt aan het verbeteren van de integrale aanpak. De sedimentstrategie moet gericht zijn op alle gebruiksfuncties, alle soorten sediment omvatten en het hele estuarium in samenhang beschouwen. Daarom is er ook onderzoek gedaan naar grensoverschrijdend storten en de samenhangende effecten daarvan in de Westerschelde en Zeeschelde.
Andere onderzoeken richten zich op kennis die nodig is bij de vergunningverlening voor het onderhoud aan de vaarweg. Hierbij komen vragen naar voren als: zijn de diepe delen van de vaarweg goede stortplaatsen? Hoeveel mag er in een geul gestort worden, zodat deze niet fundamenteel van gedrag verandert?
Onderzoek en activiteiten uitgevoerd in 2024 t/m 2026
De afgelopen jaren zijn verschillende onderzoeken en activiteiten uitgevoerd om systeemontwikkelingen beter te begrijpen en strategieën voor sedimentbeheer te ontwikkelen en aan te passen.
Systeemontwikkelingen
- De sedimentbalans van de Zeeschelde voor de periode 2019-2022 is opgesteld. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen zand en slib. De gemeten volumes zijn omgezet in massa (om variaties in dichtheid of compactie van sediment op te vangen). In de rapportage staat ook de uitwisseling met de Westerschelde aangegeven en is de huidige sedimentbalans met eerdere jaren vergeleken. Lees voor meer informatie het rapport over de sedimentbalans 2019-2022.
- Het onderzoek naar de morfologische ontwikkeling van de Schaar van Valkenisse is afgerond. Sinds 2009 is de vaargeul van de Schaar van Valkenisse ondieper en breder geworden, vooral in het drempelgebied. Dit vormt een belemmering voor de scheepvaart. De veranderingen zijn het resultaat van natuurlijke processen en menselijke ingrepen. Verwacht wordt dat de drempelgeul geleidelijk weer meer geschikt wordt voor de scheepvaart, maar dit duurt waarschijnlijk nog tot rond 2029. Op de website van Deltares vindt u het rapport met een samenvatting van het onderzoek. De resultaten zijn gepresenteerd op het Scheldesymposium in juni 2025 en tijdens de kennisdeling in december 2025.
- Er is nautisch onderzoek uitgevoerd naar de dwarsstroming bij het Zuidergat. Lees hier het volledige rapport.
- Er is een analyse uitgevoerd naar de sedimentatiesnelheid op de Drempel van Hansweert. Deze analyse toont aan dat de verhoogde sedimentatie het gevolg is van het opschuiven van de plaat van Ossenisse, waardoor ook de morfologische geul opgeschoven is. Dit leidt tot de aanbeveling de vaargeul op die plaats te verleggen, zodat deze beter samenvalt met de plaats waar de morfologische geul ligt .
- Er is gestart met de actualisatie van de beschrijvingen op de schaal van de morfologische ontwikkeling van geulen en platen. Die informatie is van groot belang voor het beleid en beheer van het estuarium, want op dit schaalniveau worden de gebruiksfuncties in de praktijk meer of minder ondersteund.
Sedimentstrategie
- Het onderdeel Sedimentstrategie gaat over het onderzoek naar en het ontwikkelen en aanpassen van de strategieën voor het sedimentbeheer. Er is een plan van aanpak opgesteld voor de ontwikkeling van een grensoverschrijdende sedimentstrategie op korte termijn en voor een integrale sedimentstrategie op lange termijn.
- Het plan van aanpak voor de grensoverschrijdende sedimentstrategie voor zandige baggerspecie is afgerond en het onderzoek is van start gegaan in februari 2026. In de eerste fase wordt een aantal mogelijke strategieën uitgewerkt voor het onderhoud van de vaargeul in de Westerschelde en de Beneden-Zeeschelde. Ook wordt een beoordelingskader opgesteld om deze strategieën met elkaar te vergelijken. In de tweede fase worden de strategieën verder verfijnd op basis van het geactualiseerde advies over de stortcapaciteit van de nevengeulen.
- Als voorbereiding op de ontwikkeling van nieuwe strategieën voor het sedimentbeheer is eerder onderzoek uitgevoerd naar de morfologische effecten op lange termijn van het storten in diepe delen van de Westerschelde. De onderzoekers gebruikten hiervoor een vereenvoudigd 3D-model van de Westerschelde. Berekeningen op basis van scenario’s bevestigen dat het storten in (diepe delen van) de hoofdgeul op lange termijn leidt tot een verondieping van de hoofdgeul en tot relatieve uitdieping van de nevengeulen. De verondieping van de hoofdgeul vermindert de getijslag en maakt de getij-asymmetrie en het residueel sedimenttransport meer vloeddominant.
Onderzoeksactiviteiten in werkplan 2024-2028
Het onderzoek dat in de periode 2024-2028 wordt uitgevoerd om de verschillende onderwerpen te bestuderen, kun je lezen in het werkplan op pagina 16 en 17. Bekijk hier het volledige werkplan.