08 juli 2026

Wal-Zwijn en Weijmeerbroek geven impuls aan Scheldenatuur

Na de oplevering van Wal-Zwijn is nu ook de inrichting van natuurgebied Weijmeerbroek bijna klaar. Beide gebieden helpen om Vlaanderen beter bestand te maken tegen de gevolgen van de klimaatverandering en versterken de natuur langs de Schelde. Dat doen ze elk op een eigen manier.

Verschillende soorten natuur

Wal-Zwijn en Weijmeerbroek zijn onderdeel van het Sigmaplan. Beide gebieden richten zich op een ander type natuur. Wal-Zwijn is een overstromingsgebied van 140 hectare groot met getijdenwerking. Hier ontwikkelt zich zoetwatergetijdenatuur, waar jonge vissen kunnen opgroeien. Deze vissen bereiken ook de Schelde, waar ze bijdragen aan de soortenrijkdom.

Het Weijmeerbroek is een wetland van 75 hectare langs de Durme, een zijrivier van de Schelde. Een wetland is een drassig gebied waar zeldzame planten en dieren leven. Het is geschikt als broedgebied voor vogels, die er ook hun voedsel vinden.

Ontwikkeling Wal-Zwijn

In Wal-Zwijn komt de natuurontwikkeling steeds meer op gang. Dagelijks stroomt het Scheldewater gecontroleerd binnen via de sluis. Zo ontstaat zoetwatergetijdennatuur met kreken en slikken, waar vogels komen foerageren. Pioniersoorten zoals kleine plevier weten er hun weg te vinden. Deze vogels houden van een open terrein. Wanneer de rietvelden zich ontwikkelen en er vervolgens wilgenbos ontstaat, verandert de samenstelling van soorten – een proces dat overigens jaren duurt.

Er vindt ook uitwisseling van soorten plaats tussen Wal-Zwijn en het noordelijkere Groot-Schoor. Dat gebied werd ontpolderd door een opening te maken in de Scheldedijk. Zo krijgt ook Groot-Schoor te maken met eb en vloed, wat leidt tot de vorming van nieuwe zoetwaterslikken en -schorren.

Foto: Wal-Zwijn, ©De Brandt

Ontwikkeling Weijmeerbroek

Het Sigmaplanproject voor het Weijmeerbroek gaat na het broedseizoen zijn laatste fase in. Het Weijmeerbroek wordt net als vroeger een open landschap met bloemrijke graslanden. De oude loop van de Durme is hersteld en het waterpeil is verhoogd, zodat het een echt wetland wordt. Landbouwers houden het landschap open door te maaien en in de nabije toekomst hun koeien te laten grazen. In de Oude Durme zijn bovendien zogenaamde vissenbossen aangelegd, waar vissen kunnen schuilen en een veilige plek vinden om op te groeien.

De vernatting van het gebied trekt bijzondere vogels aan, zoals de stelkluut, sprinkhaanzanger en snor. Ook de bruine kiekendief en de woudaap, twee bijzondere vogelsoorten, broeden in het riet. Verder zijn onder meer bergeenden, krakeenden, groenpootruiters, watersnippen, tureluurs, visdiefjes en lepelaars waargenomen. Andere soorten, zoals de kwartelkoning en porseleinhoen, laten (nog) op zich wachten. 

Impuls voor Scheldenatuur

De slimme combinatie van verschillende soorten natuurgebieden geeft de Scheldenatuur een impuls. Waar getijdennatuur bijdraagt aan de primaire productie en voedsel, leveren wetlands broedgebieden op. De ontwikkelende getijdennatuur in Wal-Zwijn zuivert het water en zorgt ervoor dat plankton kan groeien. Denk bijvoorbeeld aan de kiezelwieren die mede de basis vormen van de voedselpiramide, zodat de broedende vogels in het Weijmeerbroek eten kunnen vinden. Zo versterken beide Sigmaplanprojecten de Scheldenatuur, elk op een eigen manier.