Monitoringsprogramma Nieuwe Sluis Terneuzen gaat eindfase in
De laatste fase van het monitoringsprogramma van de Nieuwe Sluis Terneuzen (NST) is gestart. De komende drie jaar volgt de werkgroep Monitoring NST van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) de milieugevolgen van de aanpassingen aan het sluiscomplex. Daarmee wordt de monitoring afgerond die bij het tracébesluit voor de Nieuwe Sluis is afgesproken.
Tracébesluit
De monitoring vloeit voort uit het tracébesluit uit 2016 voor de aanleg van de Nieuwe Sluis Terneuzen. Daarin is vastgelegd dat de milieugevolgen van de aanleg en ingebruikname van het gewijzigde sluiscomplex worden opgevolgd. Hierbij wordt onder meer gekeken naar veranderingen in het chloridegehalte (zoutgehalte) van het Kanaal Gent-Terneuzen en de effecten daarvan op de natuur in de omgeving.
Doel monitoring
Voorafgaand aan het tracébesluit is in 2015 een milieueffectrapportage (MER) opgesteld. Daarin zijn de verwachte effecten van de aanleg en het gebruik van de Nieuwe Sluis onderzocht. De monitoring moet laten zien in hoeverre deze voorspellingen overeenkomen met de situatie in de praktijk.
De monitoring
De komende drie jaar worden grotendeels dezelfde metingen voortgezet als in de eerdere fasen. Zo worden onder meer het zoutgehalte in het kanaal, het waterpeil en het gebruik van de sluis door de scheepvaart gevolgd. Waar in eerdere fasen vooral de effecten van de aanleg en ingebruikname van de Nieuwe Sluis centraal stonden, ligt de nadruk nu op de effecten van het dagelijkse gebruik van de sluis.
Van tussenrapportages naar eindrapport
De werkgroep Monitoring NST stelt jaarlijks een tussenrapportage op voor het Ambtelijk College van de VNSC. Na afloop van deze laatste fase worden de resultaten samengebracht in één eindrapport. Naar verwachting wordt dit monitoringsrapport in 2029 aangeboden aan de Tweede Kamer.