Visserij

In de middeleeuwen was de Schelde een belangrijk gebied voor de visvangst. Vooral door de watervervuiling nam dat belang in de twintigste eeuw sterk af. Inmiddels is de waterkwaliteit sterk verbeterd en neemt de diversiteit aan vissoorten weer toe.

Vandaag zijn slechts enkele tientallen beroepsvissers actief op de Westerschelde, vooral in het westelijke deel en in het mondingsgebied. Hun vangst beperkt zich tot garnalen, kokkels, tong en paling. Ook de sportvisserij is door de intensieve scheepvaart en de sterke stroming vrij beperkt.

Op de Zeeschelde zie je nauwelijks beroepsvissers. Er bestaat nog een kleinschalige ankerkuilvisserij op sprot. Ook staan er fuiken en wordt er gehengeld rond de sluis van Kallo. Maar dat is slechts een schijn van wat de visserij er ooit betekende.

Zowel Vlaanderen als Nederland doen onderzoek naar de visserij. Dat richt zich voornamelijk op het aantal soorten vis in de Schelde en op de hoeveelheid vis per soort.

Momenteel worden tests uitgevoerd met aas- en visteelt op het land. Dat gebeurt in samenwerking met de landbouwsector. In grote waterbassins worden onder meer tong en zeeaas gekweekt.