Driemaal is scheepsrecht

dinsdag 1 maart 2011

De Schelde kan voortaan grotere schepen aan

Nederland en Vlaanderen kwamen in 2005 overeen om de Westerschelde en de Beneden-Zeeschelde - samen vormen ze het volledige traject van de Schelde stroomafwaarts Antwerpen - opnieuw te verruimen. Het doel: de waterweg beter toegankelijk maken voor containerschepen met steeds grotere afmetingen. De werken in Vlaanderen waren al eerder afgerond, het baggeren op de Westerschelde ging begin 2010 van start. Eind 2010 was de verruimingsoperatie ook daar klaar.

“Het opzet van de derde verruiming was duidelijk: de vaargeul van de Westerschelde en de Beneden-Zeeschelde over het hele traject een minimale diepte van 14,7 meter geven. Hierdoor kunnen schepen met een diepgang van 13,10 meter op elk moment de Westerschelde op- en afvaren. Ze hoeven dus niet langer te wachten op het hoogtij. Vroeger konden alleen schepen met een diepgang van 11,85 meter onbeperkt passeren”, vertelt Kirsten Beirinckx van de afdeling Maritieme Toegang van de Vlaamse overheid. 

“Ook schepen met een nog grotere diepgang moeten nu minder lang wachten op de juiste waterstand. Opvarende schepen met een diepgang van 14 meter hebben nu een tijvenster (de periode waarin een schip kan varen en waarbinnen er voldoende afstand tot de bodem is gedurende de volledige reis, nvdr) van acht uur per getij, waar dit vroeger vijf uur was. Voor afvarende schepen is dit vier uur per getij in plaats van drie uur. Het gevolg van die grotere tijvensters is dat er op eenzelfde tij meer schepen met grotere diepgang doorgang hebben in de Westerschelde. En dat is uiteraard een groot voordeel voor de rederijen én de haven.” Bovendien wordt de scheepvaart meer gespreid over het getij, wat de veiligheid ten goede komt.

Economische belangen

De haven van Antwerpen speelt een centrale rol in het economisch functioneren van de hele regio en het achterland dat met de haven verbonden is. Voor Vlaanderen en de haven van Antwerpen is het economische belang van een goed bevaarbare Schelde dan ook moeilijk te overschatten. Wereldwijd komen steeds meer containerschepen met een alsmaar groter laadvermogen in de vaart.

De verruiming is één van de projecten in de Ontwikkelingsschets 2010, die in 2005 werd bekrachtigd met een Scheldeverdrag. Gert-Jan Liek van Rijkswaterstaat Zeeland: “De Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium is een pakket van maatregelen en projecten dat in 2010 in uitvoering of gerealiseerd moest zijn om het streefbeeld van de langetermijnvisie Schelde-estuarium in 2030 te kunnen waarmaken. De Ontwikkelingschets 2010 omvat 34 besluiten die samen 26 concrete projecten of maatregelen definieerden. Het geheel van deze projecten moet de veiligheid, de toegankelijkheid en de natuurlijkheid van het Schelde-estuarium verbeteren.”

Verdiepen + verbreden

Een vaargeul verruimen houdt in dat de vaargeul verdiept en/of verbreed wordt. De vaargeul van de Westerschelde werd niet over de hele lengte aangepakt, alleen plaatselijk. “De Westerschelde en de Zeeschelde vormen een natuurlijk estuarium. De vorm van de vaargeul is van nature geen rechte lijn, maar heeft een meanderend karakter. De geul is dus een opeenvolging van diepere bochten, verbonden met min of meer rechte, ondiepere verbindingstukken”, vertelt Yi-Bin Shan van de afdeling Maritieme Toegang die de baggerwerkzaamheden coördineert.

“Tussen de Noordzee en Vlissingen hadden de vaargeulen al voldoende diepte om een getijonafhankelijke diepgang van 13,10 m. mogelijk te maken, een bijkomende verruiming was nodig van Vlissingen tot in de haven van Antwerpen. Verschillende ondiepe zones in de vaargeul werden weggebaggerd. In Vlaanderen moest de vaargeul plaatselijk ook verbreed worden om een vlotte en veilige doorgang van de schepen te garanderen.”

Storten voor de natuur

Bij de baggerwerken in de Westerschelde alleen al kwam 7,7 miljoen kubieke meter baggerspecie vrij. Zulk een hoeveelheid baggerspecie storten is geen kleine ingreep. Er leefde dan ook heel wat bezorgdheid over de gevolgen van de verruiming voor de ecologisch waardevolle Habitat- en Vogelrichtlijngebieden in het Schelde-estuarium. In de milieu-effectenrapportage van het project werden verschillende stortalternatieven met elkaar vergeleken. Uiteindelijk bleek het storten van de baggerspecie langs enkele plaatranden in de Westerschelde het milieuvriendelijkste alternatief.

“Door gericht te storten langs plaatranden kunnen de stroomsnelheden op de platen gereduceerd worden, waardoor ecologisch waardevol gebied wordt gecreëerd. Op deze manier kan het voedselgebied voor een aantal steltlopers aangroeien. Bovendien betekent storten op de plaatranden dat er minder baggerspecie in de geulen terechtkomt. Zo is er minder onderhoudswerk nodig en kan het meergeulensysteem in stand gehouden worden”, zegt Yves Plancke van het Waterbouwkundig Laboratorium, dat het onderzoek naar het beste stortalternatief leidde en nu ook de werken nauwgezet opvolgt. “De gestorte baggerspecie zal overigens niet ter plaatse blijven liggen. Door de morfologische dynamiek evolueren de plaatranden geleidelijk aan naar een nieuwe situatie, waarbij ecologisch waardevol gebied ontstaat.”

Evolutie van de baggertechniek

 “Op deze manier creëren we bijkomende ecologisch waardevolle gebieden in de Hooge Platen, Rug van Baarland en de Plaat van Walsoorden in Nederland. Het doel is om tegen 2015 zo’n honderd hectare natuurgebied te creëren”, aldus Kirsten Beirinckx. “In de natuur kan echter niet alles vooraf berekend en voorspeld worden. Met een speciaal monitoringsprogramma worden de gevolgen van de verruiming de komende jaren op de voet gevolgd. De resultaten worden gebruikt om de verruiming en het beleid daarrond te evalueren.”

De baggertechnieken zijn de laatste jaren sterk geëvolueerd, en ook daarbij is de ecologische verstoring een punt van aandacht. “Het is cruciaal de waardevolle platen zo weinig mogelijk te verstoren met onze baggerschepen”, zegt Yi-Bin Shan. “Daarom gebruiken we speciale sproeipontons met een erg kleine diepgang. Hierdoor wordt het mogelijk ook in de ondiepe gedeelten zand te storten. Het zand wordt met een drijvende leiding  van de mobiele baggerschepen, de zogenaamde sleephopperzuigers, naar deze pontons gevoerd. Dankzij deze storttechniek kunnen we op specifieke locaties zand storten. Zo willen we het meergeulenstelsel (onder invloed van de getijden ontstaat er een netwerk van kleinere geulen tussen de zandplaten in de hoofdgeul, ndvr) en het ecosysteem van de Westerschelde behouden en versterken.”

De verruiming becijferd

Duur van de werken: 10 maanden, van februari tot december 2010

Baggervolume: Westerschelde: 7,7 miljoen kubieke meter ; Beneden-Zeeschelde: 6,4 miljoen kubieke meter

Verbreding en verdieping: op Nederlands grondgebied werden 12 ondiepe zones weggebaggerd. In Vlaanderen werden 2 zones verdiept en werd de vaargeul over een afstand van ongeveer 5 kilometer verbreed.

Kost: 100 miljoen euro

Geschatte baten: 0,7 tot 1,1 miljard euro

De derde in de rij: de verruiming van 2010 was de derde verruiming van de Westerschelde. Al sinds 1905 wordt er op de Schelde gebaggerd, maar de eerste echte verdieping dateert van 1970. De tweede verruiming startte in 1997 en ging door tot in 2004, waarbij ook tientallen scheepswrakken werden geborgen. Om de diepten in de vaargeul in stand te houden, is onderhoudsbaggerwerk nodig. De baggerhoeveelheden, de stortlocaties en de wijze van storten worden  vastgelegd in vergunningen.

Meer info: www.maritiemetoegang.be, www.rws.nl