Hoe wordt het Schelde-estuarium straks optimaal beheerd?

vrijdag 1 juli 2011

Sinds het Scheldeverdrag van 2005 zijn onderzoek en monitoring van het estuarium een formeel onderdeel van de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland. Recent is een geïntegreerd onderzoek gestart dat complexe beheervragen op het raakvlak van veiligheid, zandhuishouding, toegankelijkheid en natuur moet oplossen. Zo willen beide landen een klare kijk krijgen op hoe het estuarium van morgen het beste wordt beheerd.

Het Schelde-estuarium behoort tot ’s werelds meest bestudeerde estuaria. Heel wat wetenschappelijke onduidelijkheden zijn al opgehelderd. Toch duiken er steeds nieuwe beheervragen op. Dat is niet verwonderlijk: het Schelde-estuarium is een dynamisch systeem, met grote uitdagingen. Bovendien zijn de verschillende functies niet los van elkaar te zien. De voorbije jaren liep zowel in Nederland als in Vlaanderen heel wat onderzoek, maar vooralsnog bekeek ieder een bepaald probleem vooral vanuit zijn eigen invalshoek.

Alle functies bedienen

Gert-Jan Liek van Rijkswaterstaat Zeeland: “Samen met de afdeling Maritieme Toegang voor Vlaanderen hebben we een lijst opgesteld met vragen waarmee we als beheerders geconfronteerd worden. De centrale vraag is: hoe pakken we het sedimentbeheer op een dusdanige manier aan, dat alle functies van het Schelde-estuarium worden bediend. Hoe kan sedimentbeheer bijdragen tot het verminderen van overstromingen? Wat is het effect van klimaatverandering op de sedimentbalans in het estuarium? Welke diepe delen in de vaargeul van de Schelde komen nog in aanmerking om in de toekomst baggerspecie terug te kunnen storten? Welke effecten heeft langdurig storten van slibrijke baggerspecie vlakbij waardevolle slikken en schorren? Het zijn maar enkele van de beheervragen die aan Vlaamse en Nederlandse zijde leven. We willen ze nu in samenhang bekijken.”

Youri Meersschaut van de afdeling Maritieme Toegang: “De focus aan beide zijden van de grens verschilt enigszins. In de Vlaamse beheervragen leeft het baggervraagstuk zeer sterk, terwijl Nederland bijvoorbeeld meer het accent legt op de gevolgen van de klimaatwijziging. Toch is het een gezamenlijk onderzoek. En dat is nodig, want ingrepen aan de ene kant van de grens hebben een invloed aan de andere zijde. We willen onder meer de aanpak van alle partijen die baggerspecie storten in de Schelde afstemmen, en ook het grensoverschrijdend storten bekijken.”

Slim storten

Het onderzoek verkent ook nieuwe paden. Zo bestuderen de onderzoekers voor het eerst ook stortstrategieën die de getijden zo kunnen beïnvloeden, dat het een positief effect heeft. “Vroeger was men het slib liever kwijt dan rijk. Hoe sneller de baggerspecie weg was, hoe beter”, zegt Marcel Taal van het Nederlandse Deltares, een van de betrokken onderzoeksbureaus. “Dat ligt nu anders. We trachten met het gestorte baggerspecie het eroderende effect van de getijden te temperen. Wat dan weer goed is voor de veiligheid en de toegankelijkheid van de vaargeul. Ook de ecologische aspecten verliezen we niet uit het oog. Dankzij nieuwe storttechnieken langs plaatranden kunnen we met baggerspecie nieuwe natuur creëren. Vroeger gebeurde dit onderzoek ook wel, maar keek ieder vanuit zijn eigen invalshoek. Het ene onderzoeksbureau berekende het zus, het andere deed het zo. Dat is nu veranderd doordat we allemaal samenwerken. Het gezamenlijke beheer van de Westerschelde kan er dan ook alleen maar baat bij hebben”, besluit Taal.

De resultaten van het onderzoek worden eind 2012 verwacht.    

Verwijzing (link): www.rws.nl, www.maritiemetoegang.be, www.vnsc.eu