Bij hoog- en laagwater
‘Platen’ zijn net als slikken delen tussen de laag- en hoogwaterlijn, maar ze zijn volledig omgeven door water. De ‘geulen’ omvatten dan het diepere water ertussen.
Slikken en zandplaten kunnen ecologisch zeer waardevol zijn. Als de waterdynamiek niet te sterk is, kennen deze plaatsen een hoge ‘primaire productie’ van bodemwiertjes, zichtbaar als bruine lagen op het sedimentoppervlak. Deze dienen als voedsel voor talrijke bodemdieren: ze vormen de basis van de voedselketen. De zandplaten zijn eveneens geknipte rustplaatsen voor zeehonden.
Op sommige (veelal beschutte) plaatsen kan het ondiepe water dienst doen als paai- en opgroeigebieden voor vissen en schaaldieren. Door de hogere stroomsnelheden en bijgevolg de sterkere dynamiek op de bodem, zijn de diepere geulen arm aan bodemdieren. Ze zijn wel belangrijk voor de verplaatsing van larven, migrerende bodemdieren en zowel jonge als volwassen vis.
Het Schelde-estuarium herbergt het grootste brakwaterschor van Europa: het Verdronken Land van Saeftinghe (NL). Aaneensluitend hiermee ligt het Schor Oude Doel en het Paardenschor (schor in wording) op Belgische bodem en het Sieperdaschor in Nederland. Samen vormen ze één geheel.




