Waterkwaliteit

Jammer genoeg is de waterkwaliteit in het hele Schelde-estuarium nog ontoereikend. Dat hoeft niet te verbazen: de Schelde is één van de meest geëxploiteerde riviersystemen ter wereld. Vooral de ontwikkeling van het Scheldestroomgebied tot economisch bolwerk in de jaren 1960 en 1970 ging ten koste van de natuur en de waterkwaliteit. Toen kwamen er bijna geen vissen meer voor in de Schelde.

 Zicht op zuiver water?
Doordat de laatste jaren steeds meer afvalwater gezuiverd wordt, verbetert de kwaliteit van het water gestaag. Zowel Nederland als Vlaanderen begon eind vorige eeuw met het herstel van de ecologische waarden van het gebied. Daarnaast zetten de beheerders zich in voor een duurzaam gebruik van het gehele stroomgebied. In 1992 werd in Nederland het 'Beleidsplan Westerschelde' opgemaakt. In Vlaanderen startte in datzelfde jaar het 'Ecologisch impulsgebied Schelde-Durme-Dender'. In deze beleidsplannen worden de toekomstideeën voor de Schelde beschreven en staan ecologisch herstel en duurzaam gebruik van het Schelde-estuarium centraal.

Zeeprik
Dat de waterkwaliteit er op vooruit gaat, getuigt de recente herontdekking van de zeeprik in de Schelde. Er werd lang gedacht dat deze vissoort er niet meer voorkwam. De inspanningen van de industrie en de investeringen in waterzuivering werpen duidelijk hun vruchten af. Toch is er nog een lange weg te gaan. In 1800 kwamen er nog meer dan honderd vissoorten voor in de Schelde. Momenteel zijn dat er ongeveer tachtig.

Troebelheid
Hoe zuiver het water in het Schelde-estuarium ook mag worden, echt helder wordt het nooit. Hoge concentraties zwevende stof zorgen ervoor dat het Scheldewater troebel blijft. Dat is een typisch verschijnsel in estuaria. De zwevende stoffen komen langs twee kanten in het Schelde-estuarium terecht. Tijdens haar tocht naar de zee sleurt de Schelde slib met zich mee. Maar ook het getij zorgt voor transport van sediment naar het Schelde-estuarium. Bovendien doet de hoge dynamiek van de getijden veel bodemmateriaal opwervelen.

De troebelheid of turbiditeit bereikt een maximum op de plaats waar de inwaartse stroom van zout water stopt en gaat mengen met zoet water. In het Schelde-estuarium ligt dit ‘turbiditeitsmaximum’ in de Beneden-Zeeschelde. Hier komen dus vaste deeltjes samen, enerzijds stroomafwaarts vervoerd door het rivierwater en anderzijds stroomopwaarts aangevoerd door het zeewater. Het turbiditeitsmaximum is een typisch verschijnsel voor estuaria en verschuift naargelang de hydrologische condities.

Door een combinatie van fysische, chemische en biologische processen worden op dit punt bovendien organische vlokken gevormd. Deze vlokken zijn een belangrijke voedselbron voor heel wat organismen in het water. Doordat er minder licht in het water kan dringen, zorgen ze er ook voor dat het fytoplankton minder goed groeit en prooidieren er bescherming vinden tegen roofdieren.

Meetresultaten
Op de website van de Vlaamse Milieumaatschappij (www.vmm.be) vind je de meetresultaten van de verschillenden verontreinigende stoffen voor de Zeeschelde. Voor de meetresultaten van de Westerschelde ga je naar de website van Rijkswaterstaat (www.rijkswaterstaat.nl).