Getijdenwerking
Het Schelde-estuarium kent een verbazingwekkende natuurlijke dynamiek. Die heeft het te danken aan de ritmiek van eb en vloed.
Wat is het getij?
De invloed van de zwaartekracht van de maan (en in mindere mate de zon en de andere planeten) op de ronddraaiende aarde veroorzaakt het getij. Het getij is een verticale beweging van het water, die zorgt voor een op- een neergaande waterstand. Samen met het getij treedt ook een horizontale beweging op: de getijdenstroom.
Getijdenverschil
Het getijdenverschil, het verschil tussen hoog- en laagwater, bedraagt bij de Scheldemonding in Vlissingen vier meter. Meer landinwaarts wordt het getijdenverschil meer uitgesproken. Immers, hoe verder stroomopwaarts, hoe nauwer en ondieper de rivierbedding wordt en hoe meer het binnenstromende vloedwater wordt opgestuwd. In Antwerpen loopt het gemiddelde getijdenverschil al op tot ruim vijf meter. Nabij de Durmemonding bereikt de Schelde haar hoogste waterpeil. Nog verder stroomopwaarts neemt de opstuwing van het water af. Bij Gent wordt nog een verschil van twee meter gemeten. Die afname van het getijdenverschil is te wijten aan de grillige rivierbedding die voor weerstand en wrijving zorgt.
Stormvloed
De waterstand op de Schelde ondervindt ook een invloed van de weersomstandigheden. Bij een krachtige west- tot noordwestenstorm kan de waterstand door opwaaiing tot drie meter extra stijgen. Dan spreekt men van een stormvloed. In het verleden, namelijk in 1953 en in 1976, hebben overstromingen als gevolg van een stormvloed al catastrofes veroorzaakt in het hele Schelde-estuarium.