Regenrivier en getijdenrivier

De Schelde is tegelijk een regenrivier en een getijdenrivier. Vooral in de bovenloop van de rivieren van het Scheldebekken is de neerslag van doorslaggevend belang voor de waterstand. Stroomafwaarts Gent overheerst het getij.

Regenafvoer
Samen met haar zijrivieren voert de Schelde per seconde gemiddeld honderd kubieke meter neerslagwater af naar zee. In de winter of in perioden van extreme neerslag kan het Scheldedebiet zelfs oplopen tot zes keer deze waarde. Het is de neerslag van een gebied met een oppervlakte van 21 000 km², ook het stroomgebied van de Schelde genoemd.

 Getijdenwerking
In het estuarium, het meest stroomafwaarts gelegen gedeelte, is het getij koning. De invloed van het neerslagdebiet is daar veel kleiner. Vanaf de monding trekt de getijdenwerking als een langgerekte golf de Schelde binnen. Deze golf plant zich stroomopwaarts voort tot in Gent, richting Durme en Rupel en via de Rupel richting Nete, Dijle en Zenne. Bijzonder aan de Schelde is dat de ritmiek van de getijden zich ver landinwaarts laat voelen, tot op 160 kilometer van de monding. De getijden zouden zelfs nog verder op de Schelde een invloed kunnen hebben, maar de sluizen in Gent doen de getijdenwerking abrupt stoppen. Alles samen omvat het stroomgebied van de Schelde ongeveer 235 kilometer getijdenrivier.