De Schelde: zeven eeuwen jong

Het Schelde-estuarium in zijn huidige vorm is in geologische termen piepjong. De ontwikkeling van de zeearm 'Honte' tot de Westerschelde, als enige overgebleven monding van de Schelde, begon pas tegen het eind van de middeleeuwen. De Westerschelde van nu is amper zes à zeven eeuwen oud. Maar de rivier zelf is ouder.

De ijstijd en daarvoor
De geschiedenis van de Schelde gaat twee miljoen jaar terug in de tijd. Een brede zeearm, de Vlaamse vallei, sneed Laag-België toen in tweeën. De opeenvolgende ijstijden veranderden veel aan het uitzicht van het landschap. Ten tijde van de laatste ijstijd (zo’n twaalfduizend jaar geleden) lag het gemiddelde zeepeil ongeveer vijftig meter lager dan vandaag. Hierdoor lag het zuidelijke deel van de huidige Noordzee droog en was Engeland met het vasteland verbonden. De Schelde, de Maas, de Thames en de Rijn mondden als één rivier uit in de Noordzee.

De ijskappen smelten, het water zoekt zijn weg
Toen na de ijstijd de ijskappen opnieuw smolten, won de zee steeds meer terrein. De zeespiegel steeg sterk, en verlegde de kustlijn een stuk landinwaarts. Reeds 8000 jaar geleden was er daardoor brak water en ook een zwakke getijdenwerking in de Schelde tot aan de Belgisch-Nederlandse grens. De zee beukte met een enorme kracht op het land. Van een kustlijn met duinen zoals we ze nu kennen was toen nog geen sprake.

De Oosterschelde ontstaat ...
Daar kwam ongeveer vijfduizend jaar geleden verandering in. De zeespiegel steeg minder snel, waardoor een rij aaneengesloten zandduinen werd gevormd. De getijdengeulen versmalden en de invloed van de getijdenwerking zwakte af. In de Beneden-Zeeschelde stroomafwaarts Antwerpen verdween de invloed van het getij. Het was in deze periode dat ook de Oosterschelde vorm kreeg. De Westerschelde was toen nog maar een smalle inham, de Honte.

...en dan de Westerschelde
Tijdens stormvloeden in de middeleeuwen ontstond een doorbraak tussen de Honte en de Oosterschelde ten noorden van Antwerpen. De smalle inham veranderde in de Westerschelde. Die werd de belangrijkste afwatering en uiteindelijk de enige monding van de Schelde in de Noordzee.

De verbinding tussen Ooster- en Westerschelde verzandde steeds meer, en werd in 1867 definitief verbroken door de aanleg van een spoordijk ten westen van Woensdrecht. Vanaf dat moment was Zuid-Beveland geen eiland meer, maar een schiereiland dat tot op de dag van vandaag Ooster- en Westerschelde van elkaar scheidt.