FAQ

  1. Schelde

    1. Hoe lang is de Schelde?
    2. Wat is het Schelde-estuarium?
    3. Waar loopt de grens van de Boven-Zeeschelde en de Beneden-Zeeschelde?
    4. Waaruit bestaat baggerspecie?
    5. Wat is het verschil tussen natuurcompensatie en natuurontwikkeling?
    6. Wat is de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium?
    7. Wat is de verdieping?
    8. Wat is estuariene natuur?
    9. Hoe hoog moet een dijk zijn (in Nld)?
  1. Schelde
    1. Hoe lang is de Schelde?

      De Schelde is vanaf de bron tot aan de monding in de Noordzee 360 km. De lengte varieert in publicaties nogal eens, omdat de uitmonding soms vanaf Vlissingen, soms verderop wordt gesitueerd. Ook vermeldingen van 350 km (van Bron tot Vlissingen) komen voor.

    2. Wat is het Schelde-estuarium?

      Het Schelde-estuarium is het gedeelte van de Schelde waar de invloed van het getij nog merkbaar is en waar er nog sprake is van een zekere vermenging van zoet en zout water. Vanaf de monding tot in Gent is de invloed van de zee merkbaar en loopt dus het Schelde-estuarium. Ook in Gent kent men dus nog hoog en laagwater. Het esuarium is 160 km lang. Het Nederlandse gedeelte van het estuarium heet de Westerschelde, het Vlaamse gedeelte de Zeeschelde

    3. Waar loopt de grens van de Boven-Zeeschelde en de Beneden-Zeeschelde?

      De Zeeschelde kan worden verdeeld in Beneden-Zeeschelde en Boven-Zeeschelde. Er worden twee grenzen gebruikt. De Beneden-Zeeschelde wordt in het ene geval vanaf Antwerpen tot aan de Belgisch-Nederlandse grens begrensd. Deze administratieve grens wordt vooral in de nautische en juridische wereld gebruikt.Andere publicaties geven aan dat de Beneden-Zeeschelde loopt vanaf Schelle (Waar de Rupel in de Schelde uitmondt) tot aan de Belgisch-Nederlandse grens. Deze laatste grens is bepaald door de natuurlijke eigenschappen van de Schelde, nl. de vermenging van zoet en zout water. Vanaf Rupelmonde tot aan Hansweert spreekt men van de brakwaterzone. Van Gent tot Rupelmonde is het zoutgehalte zo sterk teruggelopen, dat men spreekt van zoet water.

    4. Waaruit bestaat baggerspecie?

      Baggerspecie, die vrijkomt bij het baggeren van de vaargeul in de Westerschelde, bestaat voor 95% uit zand en voor 5% uit slib. Baggerspecie die vrijkomt bij bv. het op diepte houden van havens is van wisselende samenstelling.

    5. Wat is het verschil tussen natuurcompensatie en natuurontwikkeling?

      Natuurcompensatie is een verplichting om natuur te herstellen, dan wel nieuwe natuurgebieden aan te leggen wegens schade die grote projecten zoals de verdieping van de Westerschelde aan de bestaande natuur toebrengen. Natuur die verloren gaat, wordt op een andere plaats weer gecreëerd. Per saldo komt er geen natuur bij.

      Natuurontwikkeling is nodig om te voldoen aan de eisen van Europese richtlijnen, zoals Vogel- en Habitatrichtlijn en het Verdrag van Ramsar (over natte natuurgebieden, de wetlands). Er komt dan nieuwe natuur bij.

    6. Wat is de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium?

      In dit plan staat omschreven wat er in Vlaanderen en Zeeland met de Schelde en haar omgeving gaat gebeuren. Er staan maatregelen in om de veiligheid te verbeteren, de natuur verder te ontwikkelen en de bereikbaarheid van de havens in het gebied te garanderen.

    7. Wat is de verdieping?

      De vaargeul in de Westerschelde is niet overal even diep. Op elf plaatsen tussen Vlissingen en Antwerpen liggen zogenaamde 'drempels'. Daar is het water zo ondiep dat grotere schepen moeten wachten op een gunstig moment in het getij om eroverheen te kunnen varen. De verdieping houdt in dat deze drempels 1,4 meter lager worden gemaakt. Daardoor kunnen schepen met een diepgang van 13,1 meter doorvaren naar de haven van Antwerpen, zónder te wachten op hoogwater. Ook de Zeeuwse havens worden beter bereikbaar.

    8. Wat is estuariene natuur?

      Eb en vloed zorgen voor het ontstaan van estuariene natuur. Deze bestaat uit schorren, slikken en platen, ondiep water en geulen. Met estuariene natuur worden ook alle processen (biologisch, fysisch en chemisch) bedoeld, die onder invloed van het getij staan – van de rivier tot in de zee.

    9. Hoe hoog moet een dijk zijn (in Nld)?

      In de Deltawet van 1957 is vastgelegd hoe hoog een dijk moet zijn, de zogeheten 'Deltahoogte'. In 2005 is dit vervangen door een nieuwe wet, maar het principe is hetzelfde: de dijk moet hoog genoeg zijn om zeldzame stormvloeden tegen te gaan. Omdat de Randstad van groot belang is en er veel mensen wonen, moeten de dijken daar sterker zijn dan in Zeeland of op de Waddeneilanden. In Noord- en Zuid-Holland mag het eens in de tienduizend jaar misgaan, in Zeeland eens in de 4000 jaar. Deze kansen op extreem hoog water bepalen de benodigde dijkhoogte. Voor rivierdijken geldt hetzelfde: Voor Rijn, Waal, Maas, en IJssel moet de dijk zo hoog zijn dat de overstromingskans kleiner is dan eens per 1250 jaar. Eens per vijf jaar worden de waterkeringen gecontroleerd. Er wordt nu nog gewerkt aan verbeteringen uit de keuring van 2001.